WIAR | Workplace PerformanceNederlands English
WIAR | Workplace Performance
Van Vollenhovenstraat 38
3016 BJ ROTTERDAM
 T: +31 (0) 10 270 10 00
F: +31 (0) 10 270 10 09
M: info@wiar.nl
Zoeken:

Recensies

Met vaste regelmaat schrijft de heer M. Geerdink een recensie in Facility Management Magazine en in Managementboek.nl. De nadruk ligt vaak op de relatie van mens, werk en werkomgeving (organisatie verandering, flexibilisering, kantoorinnovatie en tijd- & plaatsonafhankelijk werken.

25 Maas, G.W.A. Facility Management


door drs Michaël G.M. Geerdink

Titel: Facility management (Strategie en bedrijfsvoering van de facilitaire organisatie)
Auteurs: drs. G.W.A. Maas en drs. J.W. Pleunis, MFM
Uitgeverij: Kluwer, Alphen aan den Rijn, 2006 (Tweede , herziene druk)

De volle breedte

Ik ken geen studenten facility management die niet met het boek van Maas & Pleunis in aanraking zijn gekomen. De eerste druk kwam uit in 2001, en naar mijn waarneming moet het een daverend succes zijn want – sla er maar een willekeurige scriptie op na – alle verwijzen naar dit handboek. En nu ligt hier voor ons de tweede druk: snelle veranderingen in het vakgebied maakten het noodzakelijk de eerste druk grondig te herzien en aan te vullen. Facility management, zo stellen de auteurs en ik onderschrijf het van harte, is een geïntegreerde discipline en niet een verzameling van losse faciliteiten. Wie dus inhoudelijk op die faciliteiten wil ingaan, moet verder zoeken. Het gaat hier om de volle breedte, niet om de diepte. Het boek is, zo geven de auteurs in hun inleiding aan, niet alleen voor studenten geschreven. Facility managers, service managers, hoofden civiele diensten en ‘eenieder die op de een of andere wijze betrokken is bij facilitaire activiteiten’ worden ook uitgenodigd kennis te nemen van de ruim 400 pagina’s vakkennis.

De bril van de auteurs
Een vraag die telkens terugkomt, is ‘Wat is facility management?’ Maas & Pleunis zien facility management als ‘een managementdiscipline met als doel het primaire proces op een zodanige wijze te ondersteunen dat dit proces beter kan functioneren dan zonder facilitaire organisatie’. Een dokter is iemand die je sneller beter kan maken dan wanneer u met middelen van de drogist loopt te prutsen. Het lastige is dat in veel organisaties het onderscheid tussen primaire en secundaire processen geleidelijk vervaagt. FM’ers moeten dus ook kijk hebben op het primaire proces om het adequaat te kunnen ondersteunen. Verder zien we door deze definitie van FM dat deze discipline zich voortdurend te verantwoorden heeft over de toegevoegde waarde. Dit zet FM onder een zekere spanning en werkt ongetwijfeld heilzaam op creativiteit en innovatie. Maar het mooie is dat, door het zo te formuleren, Maas & Pleunis de relatie tussen de afnemer, de klant en de facilitaire manager centraal stellen. Een FM’er is een functionaris ‘in relatie’ en vandaar uit worden faciliteiten aangeboden.

FM als ‘enabler of change’
De rol van ondersteuner van het primaire proces brengt FM enigszins in een afwachtende en volgende positie. Volgens Maas & Pleunis kan FM ook een instrument zijn om veranderingen tot stand te brengen. Zo kan een nieuw werkplekconcept een instrument zijn om een cultuurverandering op gang te brengen. Inderdaad: een facility manager schept omstandigheden waardoor ander gedrag als het ware wordt uitgelokt. Maar hij moet dan wel blijvend voor ogen houden dat het ‘andere gewenste gedrag’ niet door hem wordt bepaald, maar door zijn opdrachtgever, de klant, wordt aangereikt.

Het DOR-model
Het boek is opgesteld volgens het DOR-model (Weggeman): Doelen stellen (richten), Organiseren (inrichten) en Realiseren (inrichten). Deze recensie kan slechts op een enkel aspect ingaan. Zo maken de auteurs m.b.t. de strategie gebruik van gangbare modellen en methoden uit de bedrijfskunde, toegepast op het facilitaire domein. De vraag is echter: in hoeverre staan die modellen van de facility manager de relatie met die klant in de weg? Kan die facility manager nog werkelijk en oorspronkelijk met die klant meedenken? Er is altijd een zekere spanning tussen ‘vermaatschappelijking’ en ‘professionalisering’ die in de relatie tussen aanbieder en afnemer moet worden opgelost. Daarom had ik persoonlijk graag – vanwege de volle breedte – in dit zeer verdienstelijke boek nog graag een hoofdstuk gezien over de relatie tussen de facility manager en zijn klant (opdrachtgever en afnemer van facilitaire diensten).
© copyright 2010 WIAR | Workplace PerformanceHome | Voorwaarden | Disclaimer