 |  | WIAR | Workplace Performance Van Vollenhovenstraat 38 3016 BJ ROTTERDAM | | T: +31 (0) 10 270 10 00 F: +31 (0) 10 270 10 09 M: info@wiar.nl |
|
| | | | RecensiesMet vaste regelmaat schrijft de heer M. Geerdink een recensie in Facility Management Magazine en in Managementboek.nl. De nadruk ligt vaak op de relatie van mens, werk en werkomgeving (organisatie verandering, flexibilisering, kantoorinnovatie en tijd- & plaatsonafhankelijk werken.
39 Hertzberger, H. Ruimte en Leren
door drs Michaël G.M. Geerdink
Titel: Ruimte en leren (Lessen in architectuur 3) Auteur: Herman Hertzberger Uitgeverij: Uitgeverij 010, Rotterdam, 2008
Van klaslokaal naar de lerende stad
De architect Herman Hertzberger bouwde tijdens zijn loopbaan ruim dertig scholen. Als geen ander kan hij bij zijn eigen werk en bij het werk van andere architecten waarnemen hoe de ontwikkelingen in pedagogiek en didactiek hebben geleid tot ander onderwijs en dus ook tot andersoortige scholen. Het boek Ruimte en Leren biedt niet alleen een schat aan fotomateriaal, maar levert ook duidelijke en toelichtende teksten. Het boek is min of meer concentrisch van opbouw: Hertzberger begint bij het klaslokaal, bespreekt de gang en de school, de omgeving van de school en uiteindelijk de stedenbouwkundige aspecten. We zien kleine dorpsschooltjes, maar ook wat tegenwoordig de brede school heet: verschillende scholen onder één dak met daarbij nog tal van andere verzorgende en ondersteunende functies van wijk of dorp. Scholen zijn bepalende gebouwen in stad of dorp, maar ook in ons eigen geheugen. Ik denk zelf nog met enige regelmaat aan die oude Bernardusschool in Hengelo, waar ik als klein jochie naar toe ging. Of aan dat mooie gedicht De oude school van Willem Wilmink:
Ach, zou die school er nog wel zijn, kastanjebomen op het plein, de zware deur, platen van ridders met een kruis en van Goejanverwellesluis, geheel in kleur.
Het klaslokaal Hoe modern de architectuur van een school ook is: er zijn altijd leslokalen. Het leslokaal is volgens Hertberger het domein van de leraar. We kennen natuurlijk de oude school met ramen zo hoog dat alleen de leraar naar buiten kan kijken. Het kind wordt min of meer beschut tegen de opdringerige invloed van de buitenwereld. Gaandeweg zien we de metamorfose van het klaslokaal. De ramen worden lager, veel lager, er komen zelfs buitenscholen. Licht lucht en hygiëne spelen een belangrijke rol in het ontwerp. De klas verandert van een rechthoekige en overzichtelijke ruimte naar een vertrek met nissen, hoekjes, verhogingen en zitkuilen om juist gelegenheid te bieden aan gevarieerde lesmethoden. Hertzberger bespreekt de vormgeving van Montessori-klassen. Hier stond reeds voor de oorlog de zelfstandigheid van het kind centraal, dus bood het klaslokaal verschillende mogelijkheden om het zelfstandige en individuele werken te ondersteunen. Hertzberger laat overtuigend zien hoe bezuinigingen in het onderwijs hebben geleid tot kleinere klassen: vroeger werden klassen ontworpen van wel 90 m2, tegenwoordig is een klaslokaal genormeerd niet groter dan 50 m2. De leraar is van de verhoging afgekomen en heeft zijn plek tussen de kinderen gevonden. Het klaslokaal is voor kinderen de thuisbasis, haast een huiskamer, maar Hertzberger toont ook fotos van scholen waar de wanden van de klaslokalen zijn verdwenen en de totale scholengemeenschap werkt in één grote ruimte. Volgens Hertzberger moet de school nesten bieden, plekken met voldoende beschutting waarin individuen en ook groepen zich kunnen verdiepen in hun werk.
De leerstraat en de entree In de moderne school hebben gangen gaandeweg een belangrijke functie gekregen. Vroeger waren gangen er als verkeerszone en als ruimte om de jassen op te hangen. Klas en gang sloten elkaar uit: Ga jij maar eens even op de gang staan! was niet voor niets een bekende pedagogische maatregel. Maar gaandeweg kreeg de gang er verschillende functies bij: speelhoek, computerhoek, gesprekruimten, etc. In de loop der jaren worden de gangen breder om al die nieuwe onderwijsfuncties op te vangen, of worden scholen zo ontworpen dat in plaats van gangen er grote ruimten ontstaan voor gezamenlijke activiteiten. Die zware deur uit Wilminks gedicht heeft plaatsgemaakt voor gevarieerde en open entree: de buitenwereld wordt als het ware uitgenodigd om het moderne onderwijs binnen te dringen. Hertzberger toont het ons in een schat aan fotomateriaal.
Van microkosmos naar lerende stad In zekere zin is de stad, denkt u maar aan het verkeer, voor kinderen een onveilig gebied. Tegelijkertijd maakt de stad nieuwsgierig, daagt het volwassene en kind uit om ontdekkingen te doen. Maar is er voor ons in die gladde groene nieuwbouwwijken zo veel te beleven? Hertzberger pleit voor leerrijke steden: we zouden bijvoorbeeld meer ambachten en kleinschalige bedrijfjes in de stad moeten zien. Want leren is ook een proces van identificeren. Ik wil later buschauffeur worden, pappa zei eens een van mijn zonen, dan rij ik alle kinderen naar de Efteling. Zo ver is het niet gekomen: hij studeert filosofie in Utrecht. |
| |
|
|