WIAR | Workplace PerformanceNederlands English
WIAR | Workplace Performance
Van Vollenhovenstraat 38
3016 BJ ROTTERDAM
 T: +31 (0) 10 270 10 00
F: +31 (0) 10 270 10 09
M: info@wiar.nl
Zoeken:

Recensies

Met vaste regelmaat schrijft de heer M. Geerdink een recensie in Facility Management Magazine en in Managementboek.nl. De nadruk ligt vaak op de relatie van mens, werk en werkomgeving (organisatie verandering, flexibilisering, kantoorinnovatie en tijd- & plaatsonafhankelijk werken.

36 Frissen, P. De staat van verschil


door drs Michaël G.M. Geerdink

Titel: De staat van verschil (Een kritiek van de gelijkheid)
Auteur: P.H.A. Frissen
Uitgave: Uitgeverij Van Gennep, Amsterdam, 2007

Vragen ongelijke gevallen om gelijke of ongelijke behandeling?

In het decembernummer van Facility Management Magazine stelt prof. Van Wagenberg dat facilty management gebruik moet maken van de bedrijfskunde, bouwkunde en psychologie. Als FM een interdiscipline is, lijkt me deze opsomming zeker niet uitputtend. Eerder besprak ik in deze boekenrubriek ook bijdragen uit de sociologie en de ICT; vandaag vraag ik uw aandacht voor de bestuurskundige Paul Frissen.

De staat van verschil gaat over verschil en ongelijkheid. Frissen contstateert: enerzijds maken mensen duidelijk hoe verschillend ze zijn en welke verschillende behoeften zij vervuld willen zien, anderzijds eisen dezelfde mensen ‘institutionele arrangementen’ die juist de uniformiteit bevorderen. Frissen formuleert het zo: “Tegenover de obsessie met gelijkheid in recht en beleid staat de weerbarstige praktijk van uitzondering en maatwerk.” Dit doet zich voor in het groot (jaarlijkse koopkrachtplaatjes), maar ook in het klein (verstrekken van middelen in een organisatie). Frissen spreekt van tragiek of crisis. Want hoe meer uitzonderingen op de regel we accepteren, hoe meer controle en toezicht vereist is. En als we teveel verschillen accepteren en teveel controle inbouwen, ondergraven we de legitimiteit van onze instituties. Dat geldt dus ook voor facility management.

De staat van verschil is opgedeeld in vier delen. Deel 1 heet: De tragische staat. Volgens Frissen lijkt het wel of de bestaande instituties de rooksignalen van maatschappelijke veranderingen niet kunnen opvangen. Hij wijst op de dubbelzinnigheid van Pim Fortuyn: enerzijds is de overheid schuldig aan de wanorde in Nederland (‘de puinhopen van paars’, doorgeslagen marktwerking), anderzijds is het diezelfde falende overheid die voor verandering moet zorgen. De maakbaarheid van de samenleving is volgens Frissen beperkt en de netwerksamenleving zal die maakbaarheid nog verder beperken: ze kent geen (machts)centrum. Burgers roepen om autonomie en terugtreding van de overheid, maar eisen tegelijkertijd centrale regulering en controle. Men wil maatwerk en uitzondering, maar ook gelijkheid en uniformiteit. Toenemende marktwerking leidt volgens hem tot verdere bureaucratisering: ‘Veel van wat nu marktwerking heet, is feitelijk bureaucratisering. Wie transparantie wil, oogst formulieren”.

In deel 2: Gelijkheid – Ideaal en Onbehagen bespreekt Frissen het gelijkheidsideaal van de moderne samenleving. Ieder kent het begrip verheffing: wie de samenleving segmenteert ziet elitevorming en daarnaast groepen met achterstanden, met tekorten die moeten worden opgeheven. Verheffing leidt tot armoedebestrijding, verbeteren van inkomenspositie van mensen, minimumloon, etc. Ook wordt een actieve onderwijs- en cultuurpolitiek gevoerd om de deelname van achtergestelde groepen te bevorderen. De droom van de gelijke samenleving is immers rechtvaardig en berust op gelijkwaardigheid van mensen. Tegelijkertijd sneuvelden aan het eind van 20ste eeuw grote ideologische stelsels die zich juist baseerden op het gelijkheidsideaal: zij ontaardden in verstikkende dictaturen. Het huidige neoliberalisme ziet een gelijkheid van mensen ‘aan de start’, maar accepteert juist vergaande verschillen tussen mensen die zich in de loop van de jaren zullen voordoen.

Deel 3 heet: Verschil en Ongelijkheid. Tegenover het hierboven besproken gelijkheidsdenken stelt Frissen de theorie van differentiatie en pluralisme (‘radicale meervoudigheid’). Vanwege de individualisering ontwikkelen mensen in verschillende groepen verschillende identiteiten en wordt hun rolrepertoire meer complex. In het differentiatiedenken zal de omvang van de staat klein zijn: ‘minimaal en leeg’ en zoekt zij geen moreel grondvest zoals bij het gelijkheidsdenken. De waarden van de staat worden in hoge mate contextbepaald: er is geen vanzelfsprekende uniformiteit meer. In zekere zin ondergraaft de staat daarmee zichzelf. De metafoor van het rizoom dringt zich op: de samenleving als ondergrondse wortelstok van waaruit nieuwe waarden in de vorm van nieuwe planten ontstaan.

Het laatste deel heet: Politiek van het verschil. In de beschreven netwerkmaatschappij moet de politiek het beeld van maatschappelijke probleemoplosser opgeven. Het is te pretentieus en ondermijnt op den duur de legitimiteit. Frissen bezingt min of meer de schoonheid en het aangename van verschil; we moeten de differentiatie in de wereld koesteren. Verschil en juist niet gelijkheid kan ons redden van de totalitaire verleiding van de gelijkheid, van uniformiteit en van normaliteit.

Het boek van Frissen behandelt het vraagstuk van gelijkheid en verschil op het niveau van de staat. Dat is te begrijpen vanuit zijn discipline van de bestuurskunde. Maar gelijkheid en verschil is ook een operationeel thema. Ook facility managers worstelen met de vraag in hoeverre zij (uit beheersoverwegingen) moeten uniformeren en wat juist verschillend mag zijn en blijven. De waarschuwing van Frissen dat een strak doorgevoerde gelijkheid leidt tot bureaucratisering, rigiditeit en verstikking kunnen we daarmee zeker ter harte nemen. Leve de verschillen!
© copyright 2010 WIAR | Workplace PerformanceHome | Voorwaarden | Disclaimer