 |  | WIAR | Workplace Performance Van Vollenhovenstraat 38 3016 BJ ROTTERDAM | | T: +31 (0) 10 270 10 00 F: +31 (0) 10 270 10 09 M: info@wiar.nl |
|
| | | | ColumnsMet enige regelmaat verschijnt er een column welke vaak betrekking heeft op de relatie tussen mens, werk en werkomgeving (huisvesting, facility management, kantoorinnovatie en/of telewerken). Hieronder een selectie:
02 Kennisproductiviteit op de flexplek
door Michaël Geerdink
De mooiste dag van de week is voor mij de zondagmorgen. Het hele gezin nog in diepe rust, maar ik volg ongemerkt een vast ritueel: eerst cappuccino maken en dan oude plaatjes draaien, liefst op 78 toeren. Met enige regelmaat ga ik op vrije dagen op strooptocht en snuffel ik door oude platendozen op zoek naar iets bijzonders. Want - zo vind ik - voor het werkelijk genieten moet je moeite doen. Zo vond ik laatst nog een bakelieten exemplaar met fado's, gezongen door Amália Rodriques, werkelijk in perfecte staat. U begrijpt: dat werd een mooie zondagmorgen.
Omdat de oude platenspeler handig in mijn boekenkast is weggewerkt, viel mijn oog min of meer toevallig op een boekje dat ik al jaren niet meer gelezen had: "Hoogte in kerkenbouw" van prof J.H. van den Berg. Zenuwarts, staat onder zijn naam vermeld. Intrigerend: een neuroloog die zich bezig houdt met de architectuur van kerken door de eeuwen heen. Het boekje is een deel van een omvangrijke studie van Van den Berg naar wat hij noemt de 'Metabletica': de leer der veranderingen, uitgegeven aan het eind van de jaren vijftig. Nu zal ik u niet vermoeien met Van den Berg's fenomenologische kijk op het verschijnsel 'veranderingen', maar wat werkelijk fascinerend is, is de relatie die Van den Berg legt tussen het Godsbesef en de bouw van kerken door de eeuwen heen. In de vroege middeleeuwen is het goddelijke voor de gelovige kenbaar en openbaart het zich in de ontmoeting tussen mensen. De kerken zijn dus laag en vormen een ontmoetingsruimte. In de gotiek verandert het Godsbesef naar een almachtige en onkenbare God die van boven op ons neerkijkt en over ons nederige schepselen zal oordelen: de kerken zijn indrukwekkend hoog met torens die tot in de hemel reiken. Tegenwoordig schijnen we te leven in een eclectisch Godsbesef: "Ik geloof wel in een God, maar ik vind dat
" en zo kan ieder uit een rijk palet zijn eigen God samenstellen: het kerkgebouw als een overdekte markt met voor elk wat wils. Voor een multiculturele samenleving wel zo handig! Sinds het lezen van Van den Berg probeer ik ontwikkelingen - van willekeurig welke aard - ook vanuit een metabletische kijk te beschouwen. Niets is zonder reden zo, niets is zonder meer toevallig. Het is als het zoeken naar oude grammofoonplaten en het genieten op de zondagmorgen: de moeite van het zoeken naar dat wat er onder ligt (het denkend subject zo u wilt) wordt beloond.
De afgelopen tien jaren houd ik mij bezig met de ontwikkeling van inrichtingsconcepten voor kantoorgebouwen. Vanuit het perspectief van Van den Berg zou je kunnen stellen dat de laatste decennia tal van krachten op de kantoorwerker inwerken die op den duur wel haast een vervreemdend effect moeten hebben. Allereerst zou Van den Berg wijzen op de hoogte in kantorenbouw: welke almacht ziet op ons toe? Verder zien we een toenemende technologie, niet alleen toegepast in het gebouw zelf, maar liefst zelfs (trans)portable zodat wij de ander bij voorkeur in ons werk zo min mogelijk nodig hebben. En ten derde zien we in kantoren dat de individuele ruimte afneemt (weg met het cellenkantoor!), en dat daar flexplekken, denkcellen en concentratieruimten voor in de plaats komen waarbij het vooral niet de bedoeling is dat we ons hechten aan onze omgeving. Het kantoor van de toekomst is bij voorkeur 'non-territorial'. Het ontmoeten wordt beperkt tot formele vergaderingen en besprekingen die ruim van te voren gepland moeten worden. Kortom: het is van belang het functionele mensbeeld dat aan de nieuwe inrichtingscultuur ten grondslag ligt werkelijk te doorgronden en ook te beschouwen vanuit het perspectief van de kennisproductiviteit. Als kennisproductiviteit verder gaat dan de individuele materiedeskundigheid en ook de ontmoeting en het delen van inzichten omvat, zullen we ons moeten bezinnen op kantoorconcepten die deze visie ondersteunen. |
| |
|
|