Columns

Met enige regelmaat verschijnt er een column welke vaak betrekking heeft op de relatie tussen mens, werk en werkomgeving (huisvesting, facility management, kantoorinnovatie en/of telewerken). Hieronder een selectie:

24 Ich hab noch einen Koffer in Berlin

door Michaël Geerdink

Ik weet niet waarom, maar mijn vader was fan van Hildegard Knef. Hij had ook de verschrikkelijke gewoonte om een alpinopet te dragen, te fluiten en te zingen als hij fietste. Dat is toch niet zo erg, zult u zeggen, maar u hoefde als kind niet op die bagagedrager te zitten.

Ich hab’ noch einen Koffer in Berlin
Deswegen muss ich nächstens wieder hin.
Die Seligkeiten, vergang’ner Zeiten
Sind alle noch in meinem kleinen Koffer drin.

Volgens mijn vader had Knef niet alleen een doorrookte stem – die hij vol passie imiteerde – maar zag ze er ook weergaloos uit. Een soort Marlene Dietrich. Tot mijn broer en ik Hildegard een keer op tv zagen! Dat was schrikken, en onze conclusie was dat die divaperiode wel erg lang geleden moest zijn geweest. Later begreep ik dat het leven van Knef een verschrikkelijke strijd tegen kanker is geweest, dus ik neem alle nare woorden die ik aan haar gewijd heb met eerbied weer terug. Hoe dan ook, dat liedje over die Koffer in Berlin heeft zich in mijn geheugen vastgezet en het heeft geleid tot het verlangen Berlijn te bezoeken.

Klamme lakens
Afgelopen jaar was het zover. Helaas bezocht de griep ook mijn hotelkamer, zodat het merendeel van de mooie plannen om Berlijn te verkennen verruild werden voor een verblijf tussen de klamme lakens, echter wel met liefdevolle verzorging door mijn vrouw. Op een klein uitje na, toen ik weer enigszins was opgekrabbeld: een bezoek aan Slot Charlottenburg, het grootste paleis van Berlijn, indertijd (ca. 1700) door Frederik I van Pruisen neergezet als zomerverblijf voor zijn vrouw Sophie Charlotte.

Later woonde Frederik de Grote in het enorme slot, maar hij verhuisde na een paar jaar naar Sans Souci in Potsdam, ook geen nederige stulp! In de Tweede Wereldoorlog werd het slot zwaar beschadigd en zo goed als alle meubilair was kapot. Het is verbazingwekkend om te zien hoe men het geheel weer heeft opgeknapt; hoe men meubels en gobelins weer heeft kunnen restaureren of heeft overgebracht van andere locaties. Over de fraaie tuin zullen we het maar niet hebben.

Hoe werkte de koning?
Vanzelfsprekend bewonder ik de pracht en praal, maar ik ga altijd op zoek naar de werkvertrekken. Dat zal wel de tic van de organisatieadviseur in mij zijn. “Hoe werkte de koning eigenlijk? Waar staat zijn bureau? Had hij een secretaris en waar zat die dan?” Het blijken wat ongemakkelijke vragen, want we zien in koninklijke paleizen wel de eetzaal, de danszaal en de slaapzaal, maar zelden de werkkamer van de koninklijke hoogheid. Zo ook hier. De koning ontvangt, dineert, slaapt, musiceert of danst, maar de koning werkt niet. De folder vermeldt dat het slot zelfs nu nog een werkkamer heeft voor de Bundespräsident, maar dat vertrek komt in de rondleiding helaas niet voor. Tot ik, achter een zwaar donkerrood koord, een deur zag openstaan. Zo werd mij een blik gegund op de koninklijke werkkamer. Een mooie ruimte, mooie schilderijen maar geen boekenkasten, en voor het raam een klein bureautje. Net genoeg voor het tekenen van de koninklijke wetten en besluiten. In mijn fantasie komt zo’n lakei met passende kleding en pruik de werkkamer binnensluipen: "Als u hier even wilt tekenen, majesteit…?"

Topmanagers zijn de koningen van deze tijd
Dat kleine bureautje, haast een duur klaptafeltje, dat was het dan! Want ja, waar heeft de koning een groter blad voor nodig? Een groot verschil met wat we tegenwoordig vaak in onze kantoren aantreffen: een bureau als een vliegdekschip met daarop een smalle flatscreen. Zo kom ik tot mijn stelling: hoe hoger in rang, des te kleiner het bureau. En, stelling 2: hoe hoger in rang, des te minder computers en flatscreens. De koningen en prinsen van deze tijd, de topmanagers, gaan er vaak prat op niet te weten hoe ze een computer moeten gebruiken. In mijn potjeslatijn: Rex non labora, een koning werkt niet.

Zo vond ik bevestigingen van mijn stellingen in Charlottenburg. Helaas was mijn verblijf in Berlijn door de griep zwaar bekort. Tsja, dacht ik, toen ik bij vertrek in de lobby van mijn hotel stond: zal ik die koffer hier maar laten, dan heb ik een goede reden om weer terug te komen:

Ich hab’ noch einen Koffer in Berlin
Der bleibt auch dort, und das hat seinen Sinn.
Auf diese Weise lohnt sich die Reise,
Denn wenn ich Sehnsucht hab’ dann fahr’ ich wieder hin.
© copyright 2011 WIAR | Workplace Performance