 |  | WIAR | Workplace Performance Van Vollenhovenstraat 38 3016 BJ ROTTERDAM | | T: +31 (0) 10 270 10 00 F: +31 (0) 10 270 10 09 M: info@wiar.nl |
|
| | | | ColumnsMet enige regelmaat verschijnt er een column welke vaak betrekking heeft op de relatie tussen mens, werk en werkomgeving (huisvesting, facility management, kantoorinnovatie en/of telewerken). Hieronder een selectie:
14 Leren op afstand en het nieuwe leren
door Michaël Geerdink
Competente studenten of virtuoze kopieerders? Het werken op afstand heeft niet alleen in het bedrijfsleven en bij de overheid een hoge vlucht genomen. Nederland is het telewerkland bij uitstek: de laatste jaren zijn we de Verenigde Staten en Japan voorbij gestreefd. Ook in het onderwijs heeft het werken en leren op afstand, zeg maar e-learning, een belangrijke plaats in het leerplan ingenomen. Het middelbaar en hoger beroepsonderwijs, maar ook het universitair onderwijs is in hoge mate competentiegericht geworden. Het gaat niet meer om de docent die als grote alleskunner met een krijtje voor het bord de lakens uitdeelt. Van studenten wordt verwacht dat zij zich zelfstandig in de lesstof verdiepen, en dat zij, alleen of in groepen, laten zien dat zij de aangeboden lesstof beheersen. Dat betekent overigens dat het aantal contacturen met de docent is afgenomen. Daarvoor komt een intensieve begeleiding in de plaats. Studenten vormen groepjes waarin zij gezamenlijk aan een opdracht werken, en ook binnen die groepen vormen van intervisie en supervisie ondergaan. Dat is een geheel andere manier van werken en leren dan wij gewend zijn. Voor veel docenten is het ook wennen: hun rol is die van begeleider geworden, een leermanager zogezegd. Deze veranderingen gaan niet zonder weerstand. Zo had de Volkskrant de afgelopen maanden een rubriek onder de fraaie naam: Het nieuwe leren. Docenten spuwden hun gal over wat zij zien als een verlies van vakmanschap en ze wezen op het nieuwe leergedrag van hun studenten. Studenten zijn heer en meester op www.google.nl Hele lappen tekst wordt zonder bronvermelding uit al dan niet dubieuze websites gekopieerd en als originele teksten aangeboden. Ook blijken studenten vaardig in het omtoveren van reeds bestaande teksten in een nieuw ogend proza. Een fraaie vorm van plagiaat! Maar er is een oplossing bedacht door de beschikbaarheid van slimme software.
Leren op afstand Al deze aanloopproblemen maskeren de ontwikkeling die achter de verschijnselen schuil gaan. Sluipenderwijs heeft ICT een dominante plaats in het leerproces verworven. Allereerst wordt naast ondersteunende colleges veel lesstof digitaal aangeboden via BlackBoard of soortgelijke platforms. U moet dat zien als een verzameling van teksten, PowerPoint sheets en andere bronnen. Daarnaast worden studenten opdrachten aangeboden die ze zelfstandig of in groepen van BlackBoard plukken en uitvoeren. Deze opdrachten worden vervolgens ook weer via de digitale omgeving aan de docent ter beoordeling aangeboden. Studenten kunnen leergroepen vormen die elkaar onderling bevragen. Docenten volgen hun discussie en kunnen scherp zien welke student actief is, en wie er de kantjes van afloopt. Vaak zie je dat stellingen worden geponeerd en vervolgens wordt van studenten gevraagd om daarop te reflecteren. Toetsen en tentamens worden binnen een bepaald tijdvak aan de student aangeboden. Na afloop ontvangen ze niet alleen een cijfer, maar ook heel precies feedback over de gegeven antwoorden. Omdat emailwisselingen ook via BlackBoard verlopen, kan goed getraceerd worden hoe de interactie tussen student en docent, maar ook tussen studenten onderling wordt gevoerd. Op dit moment wordt geëxperimenteerd met verdergaande vormen van e-learning. Zo zijn er hogescholen en universiteiten die videorapportages van colleges beschikbaar stellen, met de bijpassende sheets of bordaantekeningen erbij. Op afstand kunnen studenten gerichte vragen stellen en ze ontvangen een persoonlijk antwoord. Waarom naar college gaan als al het materiaal digitaal beschikbaar is?
Digitaal portfolio en vorderingen In de loop der jaren bouwt een student een zogenaamd portfolio op. Je moet dat zien als een digitaal archief waarin, met een bepaalde ordening, de leerresultaten, werkstukken, stageverslagen, feedback, etc. worden opgeslagen. Student en docent krijgen zo inzage in de competentieontwikkeling, en zien vrij snel waar de gaten nog zitten. Het digitaal portfolio is periodiek onderwerp van gesprek tussen student en leermanager / coach. Studievoortgang of studievertraging worden in een enkel oogopslag herkend.
Een mooi verhaal, maar
Je vraagt je af waarom docenten zich verzetten tegen deze gang van zaken. Net als werkgevers willen veel docenten hun studenten graag zien. Want als je ze niet (meer) ziet, werken ze dan wel? En wat ze inleveren, is dat wel echt zelf geproduceerd? Is het niet zo dat studenten massaal vluchten in de bijbaantjes, en het studeren wordt een soort randgebeuren dat vooral in de late uurtjes plaatsvindt? Kortom: ook hier speelt het vraagstuk van de controle en vertrouwen, zij het dan op een ander vlak dan bij managers en medewerkers. Een vakdocent wordt een leermanager of coach. En dat gaat ook gepaard met het nodige tandengeknars. |
| |
|
|